Wat weten we echt over de diepere oorzaken van burn-out? We missen de juiste data om het probleem echt te begrijpen.
De cijfers liegen niet. In 2023 waren in België meer dan 125.000 mensen langer dan een jaar arbeidsongeschikt door een burn-out, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Riziv. Dat is een duizelingwekkende stijging van 9,37%. Terwijl de media zich haastten om oorzaken aan te wijzen – telewerk, digitalisering, werkdruk – blijft één cruciale vraag grotendeels onbeantwoord: wat weten we echt over de diepere oorzaken van burn-out?
Er is geen enkele expert die met zekerheid kan zeggen: dáárom schiet het aantal burn-outs de hoogte in. We missen de juiste data om het probleem echt te begrijpen.
Kristof De Smet, Health Expert bij FTI
Vandaag meten we vooral wat er is misgelopen: wie een burn-out heeft, hoelang, en in welke sector. Maar dat zijn post-mortemdata. We kijken in de achteruitkijkspiegel, terwijl we vooruit zouden moeten kijken. Wat zijn de vroege waarschuwingssignalen van een burn-out? Welke patronen zien we bij mensen die langdurig uitvallen?
De topsport toont hoe het moet. Het zou ondenkbaar zijn dat een voetbalploeg uit eerste klasse 10 tot 15% van haar spelers verliest zonder dat er meteen wordt ingegrepen. Niets wordt aan het toeval overgelaten: elke variabele (trainingsbelasting, hartslag, slaap, voeding enzovoort) wordt gemeten en geanalyseerd. Niet uit controledrang, maar uit zorg.
We zouden welzijnsdata op dezelfde manier moeten analyseren als sport-, sales- of marketingdata. Alleen zo kunnen we proactief handelen.
Kristof De Smet
Sinds 1950 is de arbeidsproductiviteit gestegen met meer dan 160%. Waar we vroeger acht uur over deden, doen we nu in drie. Maar in plaats van vroeger te stoppen, gaan we gewoon langer door. Het is alsof je een marathonloper vraagt om zijn recordprestatie 100 kilometer lang vol te houden.
Eliud Kipchoge bereikte de finish 24 minuten en 30 seconden sneller dan in het jaar 1947. Wat volgde aan de finish, was rust en herstel. Logisch, toch? Alleen trekken we die redenering niet door naar de werkvloer.
Kristof De Smet
We weten eigenlijk niet wat die structurele versnelling met onze mentale en fysieke gezondheid doet. De inzichten ontbreken. Veel bedrijven houden het dus bij goedbedoelde maar versnipperde initiatieven, zonder structurele opvolging.
Een structureel antwoord blijft voorlopig uit. Misschien omdat de kosten van burn-out vooral door de overheid worden gedragen, en niet door de werkgever – anders dan in de sport. Of misschien omdat CHRO’s nog altijd geen volwaardige plek hebben aan de bestuurstafel.
Terwijl sales- en IT-leiders vaak doorgroeien tot CEO, blijven people-experts aan de zijlijn staan. Dat zegt veel over hoe we naar menselijk kapitaal kijken.
Kristof De Smet
Data zijn bovendien versnipperd, privacygevoelig en moeilijk te ontsluiten. De juiste data samenbrengen vraagt visie, samenwerking en een fundamentele mindshift: meten om te ondersteunen, niet om te controleren. Topatleten plukken daar al de vruchten van. Op de werkvloer hebben we nog een lange weg te gaan.
Bij FTI willen we dat bewustzijn versnellen. Met initiatieven zoals Elli, het Energy Level & Lifestyle Initiative, helpen we organisaties om welzijnsdata veilig en ethisch te verzamelen, ze over platformen heen te koppelen en ze te analyseren via een intuïtief dashboard. Niet alleen reactief, maar ook preventief.
Want burn-out is geen mysterie. We hebben gewoon betere data nodig.