Navigeren door het Vlaamse innovatie-ecosysteem
Twintig jaar lang leefde ik in de wereld van de start-ups. Snel, scherp, wendbaar. Klaar om van koers te veranderen als het moest, maar altijd gefocust.
Bij Flanders Technology & Innovation begon ik met een eenvoudige missie: de andere spelers in het technologie-ecosysteem beter leren kennen. Ik dacht dat ik een vrij goed beeld had, of dat geloofde ik toch. Maar achter de schermen bleek de wereld veel rijker. Zoveel mensen met passie. Projecten die echt willen innoveren. En ja: behoorlijk wat financiering om dat te ondersteunen.
België en Vlaanderen hebben een heel eigen dynamiek. Kabinetten, administraties, clusters, verenigingen… het zijn er heel veel. Samen met universiteiten en onderzoekscentra werken ze aan kennis, innovatie en valorisatie.
Mooi, en tegelijk de zwakke plek. De energie is er ontegensprekelijk. Maar vaak versnipperd. Iedereen werkt hard, alleen niet altijd in dezelfde richting. De focus die voor start-ups een tweede natuur is, ontbreekt hier vaak.
Ik ben altijd al gefascineerd geweest door The Art of War van Sun Tzu. Een van zijn bekendste citaten luidt: “Strategie zonder tactiek is de traagste weg naar de overwinning. Tactiek zonder strategie is het lawaai voor de nederlaag.” Visie en strategie zijn essentieel, en ze krijgen pas betekenis als ze worden omgezet in concrete actie. Dat evenwicht tussen strategie en uitvoering is precies wat Vlaanderen nodig heeft om zijn innovatie-ecosysteem richting en slagkracht te geven. Zonder zo’n plan dreigen we te blijven steken in middelmatigheid: rijk aan initiatieven, arm aan impact.
In een innovatiewereld die voortdurend verandert, klinkt ‘comfortzone’ bijna ironisch, misschien zelfs pretentieus. Maar als ik er één heb, dan is het data en AI. In dat domein investeert Vlaanderen in datacenters en cloudinfrastructuur. We financieren onderzoek naar machine learning. We subsidiëren AI-start-ups. Maar wat is de overkoepelende visie?
De neiging om te investeren in fysieke infrastructuur is begrijpelijk. Datacenters zijn zichtbaar, meetbaar, politiek aantrekkelijk. Maar er is meer. Moeten we een eigen Large Language Model (LLM) ontwikkelen, zoals Mistral? Of ligt onze kracht in het bouwen van gespecialiseerde toepassingen bovenop bestaande LLM-omgevingen? En wat met federated learning en data spaces, die nodig zijn om data te ontsluiten?
En dan is er het ecosysteem zelf: talent, kapitaal, ondernemerschap. We hebben fantastische hubs – Wintercircus, Hangar K, The Beacon, Leuven MindGate, Limburg Startup – die allemaal bruisen van de ideeën. Hoe koppelen we dat alles aan één duidelijk beleid?
De grote vraag: hoe maak je een AI-strategie? En belangrijker nog: hoe voer je ze uit?
Vlaanderen zit met een kluwen van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Dat biedt ruimte voor specialisatie, maar het maakt het ook moeilijk om één duidelijke richting te bepalen.
Buiten onze grenzen beweegt er van alles. Eind 2024 zette de Europese Commissie een opvallende stap door Ekaterina Zaharieva aan te stellen als commissaris voor Start-ups, Onderzoek en Innovatie. Frankrijk ging nog verder: Clara Chappaz werd benoemd tot minister-gedelegeerde voor AI en Digitale Technologie. Uit haar tijd bij Mission French Tech weet ze hoe je start-ups, scale-ups én investeerders betrekt. Met programma’s als Osez l’IA koppelt Frankrijk zijn AI-beleid rechtstreeks aan ondernemerschap en financiering. Het signaal is duidelijk: innovatie en ondernemerschap zijn politieke topprioriteiten.
En Vlaanderen? Het ecosysteem groeit, maar de brug naar het beleid ontbreekt. Er is geen specifiek platform waar (AI-)start-ups en beleidsmakers echt met elkaar in gesprek gaan. Jammer, want zo’n dialoog kan goud waard zijn: sneller signalen oppikken, kansen spotten, beter beleid uittekenen dat aansluit bij de realiteit. VOKA bewijst dat het kan, zij het in een bredere context, maar het heeft hen jaren gekost om zover te komen.
Ondertussen tikt de klok. Andere regio’s investeren massaal in hun digitale toekomst. China heeft zijn AI-strategie, de VS hun CHIPS and Science Act, en Europa zijn Digital Decade-programma. Vlaanderen doet inspanningen, maar blijft vaak steken in een veelheid aan versnipperde initiatieven.
Het is tijd voor moed. Moed om keuzes te maken, scherpe prioriteiten te stellen en verantwoordelijkheden duidelijk af te bakenen. En ook moed om structureel samen te werken: kabinetten, administraties, onderzoekscentra, bedrijven en zeker ook de start-upcommunity. Want de toekomst van Vlaanderen als innovatieregio hangt niet af van het aantal structuren, maar van de kracht waarmee ze samenwerken rond een gedeelde visie en een concreet plan.
Dat is precies de missie die ik bij FTI heb meegekregen: bruggen bouwen, spelers verbinden en versnippering omzetten in kracht. Als we die energie weten te benutten, maken we niet alleen beleid – we maken echte impact. In de geest van Sun Tzu.